trompet.nl - dť toonaangevende trompet site van nederland
  > home > geschiedenis - u bent nu hier  
   > de geschiedenis van de trompet
 

 

 

 

 

 

 

 


Vroege instrumenten uit het primitieve en voorhistorische tijdperk tot aan de val van Rome (476 na Chr.)


> De Megafoon

Deze trompet had geen mondstuk en geen beker en was gemaakt van een holle tak of bamboe. Deze had geen muzikale functie. maar had tot doel de menselijke stem te versterken. Een later voorbeeld is de TROMBA MARINA, die op schepen werd gebruikt. Onduidelijk is wanneer de evolutie van de megafoon tot de eerste echte trompet leidde. Deze eerste echte trompetten maakten zulke angstaanjagende klanken dat deze geassocieerd werden met allerlei magische en godsdienstige rituelen: besnijdenissen, begrafenissen en zonsondergang. Ze werden alleen door mannen bespeeld en zodoende met het mannelijke geslacht geÔdentificeerd. Zulke trompetten vindt men nu nog bij de oerculturen van Nieuw-Guinea, Noordwest-BraziliŽ en AustraliŽ.


> De Schelptrompet

De primitieve mens gebruikte naast de ruwe buisvormige trompet ook grote schelpen. Het spiraalvormige gedeelte vervangt de buis en de natuurlijke opening van de beker .
Een vroeg type schelptrompet wordt toplings geblazen en het mondgat ervan werd uitgesneden in het midden van het ronde uiteinde. In een latere vorm. die ontstond tegen het einde van de jaartelling voor Christus. werd het mondgat in de zijkant uitgesneden. De trompet werd dus zijdelings aangeblazen. In sommige landen, zoals in het oude Peru. werden de schelptrompetten vervangen door trompetten van klei in de vorm van een schelp. In eerste instantie werden deze gebruikt als megafoons. De magische en niet-magische toepassingen hebben een nog grotere verscheidenheid dan die van de buisvormige trompet.

Centraal Amerika:

Twee vormen trompetten kwamen voor:

1 - Toplingsgeblazen schelptrompetten die gebruikt werden door priesters;
2 - Rechte trompetten uit hout, riet of klei, soms voorzien van een kalebas, die als beker diende.

Zuid Amerika:

Trompetten werden gemaakt van zeeschelpen. hout of klei. De schelptrompet was een toplings geblazen strombus met of zonder metalen mondstuk. zoals in AziŽ. Soms werd de schelpvorm van klei nagemaakt. Enkele zijdelings geblazen trompetten, gemaakt van de triton of tritoniszeeschelp. zijn in Peru opgegraven. Dit is zeer merkwaardig, aangezien deze zeeschelp nooit te vinden is aan de Westkust van Zuid Amerika. Buisvormige trompetten komen voor als rechte buizen van hout zonder enig mondstuk en zonder beker, en als gewonden trompetten van klei, soms met alleen een geringe verbreding aan het uiteinde soms met een beker die de kop van een jaguar voorstelt of zelfs een menselijke vorm heeft. Zeer korte trompetten, recht en van klei, zijn bewaard gebleven in de oude begraafplaatsen van Nasca, d.w.z. in de oudste laag van de Peruaanse beschaving. Een zilveren trompet in het Etnografisch museum in Berlijn is 77 cm lang en eindigt in een trechtervormige beker.


> Primitieve dierhoorns

De koe-, stier- en ramshoorns bestonden enkel uit een hoorn waarvan de top was afgenomen. Dit resulteerde in een ruw geluid. Ze werden gebruikt voor signalen en rituelen. Ook van de stootslagtanden van olifanten werden op dezelfde manier als bij de dierhoorns blaasinstrumenten gemaakt.


> Egypte

De Egyptische trompetten, genaamd 'snb' in hiŽrogliefen, werden van een geel metaal gemaakt en hadden een conische vorm en een tamelijk wijde beker. Ze waren ongeveer 60 cm lang en waren min of meer gestemd zoals onze moderne instrumenten: de grondtoon kan bij benadering C geweest zijn. Ze konden waarschijnlijk niet meer noten produceren dan deze; het hogere octaaf en zijn duodecime. Ze hadden geen aangenaam geluid. Ze zijn voor het eerst afgebeeld ca. 1415 v.Chr., waarbij het instrument gebruikt wordt door soldaten. Het instrument diende echter niet alleen voor militaire doeleinden. De uitvinder van deze trompet zou de god Osiris geweest zijn. Het instrument werd dan ook bij de verering van deze god gebruikt.
Koning Amenhotep (1400 v.Chr.) kreeg van zijn collega Toesjratta 40 met goud beklede hoorns die waren ingelegd met edelstenen. In het graf van Toet-ank-amon zijn twee zilveren trompetten van 58 en 50 cm lang gevonden. Ze hebben een conisch verloop en een wijde beker, maar geen echt mondstuk. Men heeft echter wel een soort afronding een het uiteinde van de mondpijp gemaakt.


> Assyrie

Dit krijgsvolk (1160-625 v.Chr.), dat omstreeks 670 v. Chr. op het hoogtepunt van haar macht stond, kende de trompet. Afbeeldingen van soldaten, die erop speelden, zijn bewaard gebleven.


> IsraŽl

De Hasosra
Uit het oude testament blijkt dat de trompet bij de IsraŽlieten alleen door de priesters bespeeld werd. In het vierde boek van Mozes hoofdstuk 10, vers 1 en 2, staat geschreven: "En de Heer sprak tot Mozes: Maak jezelf twee trompetten uit zilver ....". De trompet gold als een heilig instrument. De kerkvaders identificeerden de klank van een trompet met de stem van een engel of de stem van God. Mozes schrijft in het tiende hoofdstuk van zijn boek nog het volgende over het gebruik van de trompet: "Ze worden gebruikt om alarm te blazen, bijeenkomsten aan te kondigen en dankoffers te begeleiden". De trompet van de IsraŽlieten wordt de Hasosra genoemd en haar uiterlijke vorm kwam overeen met de Egyptische trompet. Zij wordt beschreven als een rechte buis, iets minder dan een ellepijp lang (45,72 cm) en eindigde in een uitlopende beker.

De Sjofar
De sjofar is een gewone hoorn van een geit of een ram zonder mondstuk. Hij wordt gestoomd tot hij zacht is en dan geplet en scherp gebogen. Hij geeft slechts twee natuurtonen. Het is het enige in de Joodse eredienst van heden bewaard gebleven instrument. -Jericho -


> De Grieken

De Salphinx
Deze trompet schijnt een puur militaristisch instrument geweest te zijn. Er is slechts ťťn Salphinx bewaard gebleven. Zij stamt uit de tweede helft van de vijfde eeuw v. Chr . en wordt bewaard in het Museum of Fine Arts in Boston. De lengte is 157 cm en zij bestaat uit dertien cilindrische delen van elfenbeen, die door brede bronzen ringen samen gehouden worden. Ook de gegoten beker is van brons.


> De Etrusken

De Etrusken waren muzieklievende mensen. Zij beschouwden de trompet als militaire instrumenten. Drie Romeinse koperblaasinstrumenten (tuba, lituus en cornu) komen oorspronkelijk van de Etrusken, die ze bespeelden tijdens processies en aan het front. De Etrusken waren de leidende bronsgieters voordat de Kelten kwamen.


> De Romeinen

De Romeinen hadden meerdere koperblaasinstrumenten. Alle koperblaasinstrumenten die de Romeinen van de Etrusken overnamen, waren van brons gemaakt en hadden een afneembaar mondstuk.

De Tuba
De tuba was langer dan de Hasosra, maar korter dan de Salphinx. Een bewaard gebleven exemplaar , in een museum in Rome, is 117 cm lang. De tuba was doorgaans conisch. De bronzen buis begint bij het mondstuk met een doorsnee van 1 cm en eindigt met een zwak uitlopende beker, in een diameter van 2,79 cm.

De Buc(c)ina (buisina)
De buccina was evenals de lituus een hoektrompet gemaakt van een rietstengel of van een gelijksoortig materiaal met een beker van een dierlijke hoorn.

De Cornu
De cornu is een lang instrument van brons, gebogen in de vorm van een G. Ze had een nauwe, geleidelijk conisch verlopende boring met een slanke beker. Een houten dwarsbalk, die de middenlijn vormde, rustte op de linker schouder van de speler en werd vast gehouden met de linker hand, terwijl de rechter hand het mondstuk tegen de lippen duwde. De buis boog over het hoofd heen en de beker was recht naar voren gericht. De buizen zijn drie meter lang en lijken op de Franse hoorns in G (dus niet echt een trompet). In Pompei zijn in goede staat bewaard gebleven exemplaren gevonden. Deze zijn nu in het Nationale Museum te Napels.

De Lituus
De lituus had evenals de buccina een hoekvorm, waarmee deze vaak verward wordt. Deze trompet werd gebouwd van twee soorten materiaal:
(1) tot aan 100 na Chr. van brons en als zodanig verwant aan de Keltische Karnyx, waarbij de beker een dierlijke kop uitbeeldde.
(2) in het grote keizerrijktijdperk (tot aan 476 na Chr.) van een dierlijke hoorn gedecoreerd met zilver, zoals de buccina. Het schijnt dat dit instrument meer een religieuze en civiele dan een militaire functie had. Overgebleven trompetten zijn 78, 79,5 en 140 cm lang. De oervorm bestaat nog in EthiopiŽ en in de binnenlanden van Birma.


> De primitieve Oer-germanen (1500-400 v. Chr.)

Uit het Bronzen Tijdperk van de Oer-germanen zijn zeldzame koperinstrumenten bewaard gebleven, die waarschijnlijk bij cultische riten bespeeld werden. De ongeveer drie dozijn opgegraven instrumenten, LUREN genaamd, stammen uit Noorwegen, Zweden, Denemarken, Noord-Duitsland en Ierland. De grootste Lurenverzameling bevindt zich in het Nationale Museum te Kopenhagen. De steeds paarsgewijs opgegraven Luren hebben de vorm van een "S" en waren elkaars spiegelbeeld. De buis is doorgaans conisch, maar eindigt niet in een klankbeker, maar in een plat bord met kogelvormige versieringen. De mondstukken van de jongst gevonden instrumenten hebben al haast een moderne ketelvorm.


> De Kelten

De Kelten hadden ook (hoek)trompetten voor militaire doeleinden, de KARNYX. Evenals de Romeinse lituus bestond deze uit een rieten buis met een rundhoorn en later geheel van brons. De meest recente karnyxes hadden een beker met een drakenkop en zijn afgebeeld op de Hadrian's boog in Rome (113 n.Chr.),

> Samenvatting

Behalve de hasosra van de IsraŽlieten, die gemaakt was van gehamerd zilver, en de Egyptische 'snb', waren de meeste metalen trompetten van brons. Vanaf de tijd van de Saracenen werd over het algemeen gebruik gemaakt van gehamerde platen. Opvallend is dat de trompetten, van het prehistorische begin tot aan de Romeinen, zowel een militaire als een religieuze functie hadden. Onder de oude cultuurvolken waren het de IsraŽlieten, die de trompettist de hoogste sociale rang gaven: De trompet mocht alleen door een priester bespeeld worden. De prehistorische/antieke trompet diende alleen als signaalinstrument, en zeker niet als muzikaal instrument zoals wij hem nu kennen. Het geluid van deze instrumenten werd betiteld als verschrikkelijk en werd vergeleken met het gebalk van een ezel.






> Vroege instrumenten uit het primitieve en voorhistorische tijdperk tot aan de val van Rome (476 na Chr.)
> Enige Aziatische vormen
> De trompet vanaf de val van Rome (tot ca. 1100)
> De trompet rondom de Middeleeuwen (tot 1400) en de Renaissance (1400-1600)
> De Zinkenfamilie
> De Gouden Periode van de trompet (1600-1750)
> De crisistijd van de trompet (1750-1815) en het hoogtepunt van het Clarinoblazen
> De Klassieke Periode
> De Moderne Tijd

 

  geschiedenis
  mondstukken
  interviews
  forum
  docenten
  vraag & aanbod
  links database
mailing-list
  contact

  www.trombones.nl
 


Copyright © trompet.nl, Alle Rechten Voorbehouden.