Iedere Europeaan schijnt daar problemen mee te hebben. Ligt eraan dat onze muziekcultuur (klassieke traditie van Gregoriaans tot Romantiek) heel erg focust op tonaliteit (harmonieën en melodieën) op kosten van de ritmiek.
Het allerbelangrijkste wat je moet doen om ritmes onder de knie te krijgen is 'motoriseren'. Zet ritmes om in bewegingen, liefst vloeiende. Een beweging kan je op een gegeven moment op de automatische piloot zetten, dan heb je een betrouwbare referentie, en als je vloeiende bewegingen gebruikt, dan kan je de snelheid van de hele beweging aanpassen om je tempo te veranderen. Begin maar met meetikken met een metronoom: alleen de metronoomtikken (puls), maar zo precies mogelijk. Doe dat ook met je linkerhand, en met je voeten, en op een manier dat het duidelijk te horen is (ter controle). Als dat erin zit, dan kan je de puls onderverdelen in tweeën (in een 2/4, 3/4, 4/4 enz zijn dat dus achtsten), in drieën (triolen), in vieren (zestienden). Hou het altijd cyclisch, dus een tijdje doorgaan zonder stoppen. De volgende stap is dat je enkele tikken weglaat. Bijv. in zestienden de tweede en derde zestiende (je speelt dan de eerste en vierde). Krijg je dit ritme:
Code:
| |
| /. / /. / /. / /. / |
| | _| | _| | _| | _| |
| |__| |__| |__| |__| |
Voor zestienden zijn er in principe 16 mogelijkheden (maar een paar zijn triviaal, dus niet interessant), voor triolen zijn er 8 (ook weer met triviale mogelijkheden), en voor achtsten 4. Die kan je allemaal apart oefenen. Zodra je een paar beheerst, kan je ze ook combineren; eerst per maat omschakelen, dan per 2 tellen, dan per tel. Later kan je drie of meer figuren combineren, en op een gegeven moment kan je ze willekeurig afroepen. Dan kan je dus feitelijk alle ritmes tikken, en het spelen zal dan ook wel meevallen.
Als je kleinere onderverdelingen tegenkomt dan zestienden, kan je beter in achtsten tellen, dan kan je weer dezelfde principes toepassen.
Wat ook nog kan voor moeilijke ritmes: Zet een metronoom aan en begin met alleen de eerste noot van de moeilijke maat. Maak daar een loopje van. Als dat goed lukt, pak je de tweede noot erbij, totdat dat ook makkelijk wordt. Dan de derde enz., totdat je de hele maat kan spelen. Dan de volgende maat op dezelfde manier. En uiteindelijk alle maten samen.