Medicine man schreef:
Over de diameter: moet ik het 'if it ain't broke, don't fix it'-principe toepassen; als ik hier een goed geluid uit krijg moet ik het hierbij laten? Of is het juist verstandig om andere diameters te gaan proberen om te kijken of ik daar beter mee kan spelen. Op Eriks site lees ik dat het aan te raden is de grootste diameter te nemen waar je nog op kunt spelen; het heeft dus in ieder geval geen zin om over te stappen naar een kleinere diameter?
Dat kun je zo niet zeggen. Ik kom hier heel veel mensen tegen die juist op een te groot mondstuk spelen. Meestal wordt er op muziekscholen en conservatoria een grote badkuip aangeraden omdat je dan instant een groter geluid hebt. Vervolgens leren ze hier dan op spelen en gaan ervan uit dat dit het goede mondstuk is. Maar vervolgens zijn ze hoogst verbaasd als ze dan een kleiner mondstuk proberen en alles ineens veel makkelijker gaat, zonder dat dit aan klank verliest. Dus een kleinere diameter is zeker iets om te proberen, vooropgesteld dat het geen garantie is, 3C is niet voor niets de grootste gemene deler.
Maar jouw probleem van 'dichtklappen' heeft niks met de diameter te maken. Het komt door de binnenrand van de 16C4, en van Schilke mondstukken in het algemeen trouwens. Aangezien deze mondstukken een flauw aflopende binnenrand hebben (weinig 'bite') vullen je lippen, als je moe wordt, door het opzwellen de hele binnenrand op. Daardoor zijn ze niet meer in staat om te kunnen trillen en klap je dus dicht. Voordat je met diameters gaat experimenteren, moet je eerst naar een mondstuk gaan kijken met een scherpere binnenrand. In het begin zal dit misschien iets minder comfortabel voelen, maar je zult merken dat je binnen redelijk korte tijd veel meer controle hebt over je spel. En je houdt het veel langer vol. Als je dan ook nog een wat ondiepere cup neemt kun je ook makkelijker in de hoogte blijven. En je klank komt grotendeels vanzelf terug, die zit namelijk voornamelijk tussen je oren en niet in je mondstuk.