delano schreef:
Klopt inderdaad dat die laatste greep anders (minder?) klinkt maar volgens mij kun je daar op oefenen. In mijn trombonetijd heb ik een paar maanden een trombone met kwartventiel gehad en daar moest je echt serieus op oefenen anders kwam er een belabberd en vals geluid uit. Zoiets stel(de) ik mij eigenlijk ook voor bij de hulpgrepen op trompet, het zou door oefening te verbeteren zijn, zeg maar.
Zoals je waarschijnlijk weet is iedere toon lager dan een natuurtoon, een afgeleide van deze natuurtoon.
Door een ventiel te gebruiken verlengen we de oorspronkelijke buislengte met resp. een halve toon (2e vent.),
een hele toon (1e vent.) en anderhalve toon (3e vent.), en vervolgens een combinatie hiervan.
De oorspronkelijke buislengte klinkt altijd het meest helder, in het geval van een Bes trompet
gaat dat om de natuurtonenreeks van Bes klinkend.
Hoe langer we de buis maken, hoe minder goed een trompet klinkt én hoe kicksgevoeliger hij wordt.
In het oktaaf tussen C2 en C3 wordt het 3e ventiel maar op één plaats gebruikt, nl. bij de Gis, (of As),
dát is de enige manier om deze noot te spelen, het is dan ook één van de lastigste noten op de trompet om goed te raken. Hoe dichter je dus bij een natuurtoon in de buurt bent, hoe beter hij klinkt en speelt.
Het is zeker goed voor je embouchure, maar ook voor je trefzekerheid, om bindingen te studeren,
van open t/m 1,2,3.
Je zult merken dat als je bindingen maakt van de lage Fis (of Ges), dat je in het bovenste oktaaf
al snel de boel bij elkaar kickst, en dat bv een G2 zonder ventielen echt véél beter klinkt dan met 1 en 3 (of met 1 en 2) (of met 3).
Overigens is het wel zo dat op sommige instrumenten een toon met een hulpgreep iets beter stemt,
maar dat verschilt per instrument, normaal gesproken houd je de buislengte zo kort mogelijk.