In het topic over Lasting Change kwam ik de volgende opmerking tegen: "Bill Adams heeft het vaak over een energiepunt, net zoals je klaar staat om in het water te springen of om een honkslag te slaan. Zo moet je ook klaar zijn om een noot te spelen. Als die energie erachter zit dan gaat de ademhaling ook wel goed."
Dat doet me weer denken aan een boekje dat mijn toenmalige leraar me vroeger eens aanraadde: 'Zen en de kunst van het boogschieten'. Daarin gaat het over het laatste moment voordat je de pijl loslaat. Ook zo'n energiepunt.
En deze vakantie voetbalde ik wat met m'n zoontje. En, hoewel ik al jaren een balletje trap, ontdekte ik opeens (nu pas...

) hoe ik niet alleen geplaatst kan passen (want dat kon ik al), maar ook nog eens zonder inspanning hard en vooral ver kan passen, zonder noemenswaardige aanloop. Namelijk door niet 'zo maar' te schieten, maar door in één of twee sprongetjes je hele lichaam en volledige energie in de strijd te gooien. Dat betekent dat je alle controle los moet laten (!) en in de laatste stap/sprong voordat je schiet je zo moet geven (= energie) dat je absoluut omdondert als... je niet schiet. Anders gezegd (want het is bijna niet uit te leggen anders dan met dat woord "energiepunt" van Bill Adams): het enige dat je in evenwicht houdt is dat je op dat moment je volle lichaamsgewicht en bewegingskracht laat "tegengewichten" door de zwaai van je been = de trap tegen de bal. Het gaat om dat allerlaatste moment waarop je alle controle laat varen en je lichaam zich vanzelf volledig focust. Dat gebeurt op dat moment vanzelf. Het is bijna niet uit te leggen, maar alleen te ervaren. En het doet zich dus op allerlei plekken voor waar een fysieke actie wordt geleverd: voetballen, boogschieten, honkballen, in het water springen, een toon blazen op een trompet...