Ik heb t even nagekeken op internet:
Messing heeft een uitzettingscoefficient van ~20*10^-6 per graad Celsius
Monel zit rond de ~14*10^-6 per graad Celsius
Begin je met twee blokjes van één centimeter van beide metalen, dan kom je voor temperatuurverandering van 40 graden uit op een lengte verschil van:
1.6*10^-4 cm uit. Dit is omgerekent: 1.6 micron.
De metalen van de ventielen en het ventielhuis zijn veel dunner dan een centimeter, en de uitzetting is dus minder. Hierbij houd ik dus geen rekening met het feit dat het hier om ronde (cirkelvormige doorsnede) dingen gaat, maar ik denk toch dat je niet te bang hoeft te zijn voor de warmte.
Omdat de ventielen en de behuizing rond zijn, moet je misschien kijken naar de lengte van de cirkel in de doorsnede tekening. Die zal ongeveer (ik heb mn trompet niet bij de hand nu) ~3 cm zijn. Dan wordt deze lengte dus ongeveer 5 micron langer. Dit komt uit in de vergroting van de straal met minder dan 1 micron. Ik geef toe dat dit mij wel een beetje weinig lijkt, dus er zal wel iets verkeerd gaan in dit verhaal, maar ik denk toch dat de verandering van de afstand tussen ventiel en ventielhuis niet meer dan enkele microns is. Als de olie dus vloeibaar genoeg is om tussen enkele microns te gaan, dan moet ongeveer 20 micron (of misschien zelfs 10) tussen ventiel en ventielhuis geen probleem zijn.
Je merkt het wel iets (je ventielen gaan inderdaad wat stroever), maar ik denk niet dat het echt een probleem is.
(Hopelijk heb ik het goed uitgerekend, want mijzelf kennende gaat dat nog wel eens mis!

Let wel: dit is de theorie en niet de praktijk, want nogmaals: van instrumenten maken heb ik geen kaas gegeten)
Zou iemand niet aan Hub van Laar kunnen vragen (er gaan tenslotte meer dan genoeg mensen regelmatig naar toe) wat hij als ruimte gebruikt?