Dirk schreef:
Wat ik eigenlijk bedoel met mijn vraag is dat ik iemand heb horen zeggen dat je embouchure eigenlijk 3 apertures heeft: keelopening, opening tussen de tanden en de opening tussen de lippen. Hij stelde dat de twee eerstgenoemden niet mogen bewegen, dat alleen de lipopening constant anders is: hoe hoger de toon des te meer compressie van de lippen op elkaar dus een kleinere lipopening. De onderkaak moet open blijven staan, sterker nog, mag niet omhoog bewegen tijdens het meer hoge noten spelen. Dus de stand van de kaak dus de opening tussen de tanden veranderd niet of je nou een lage fis speelt of een hoge q.
Dirk,
Volgens mij is dit de opvatting die het gros van trompetpedagogen heeft. Je kunt het nog hebben over waarmee de compressie precies gemaakt wordt: er is een school die zegt dat dit louter ademsteun is, er is een school die zegt dat het louter lipcompressie is, er is ook een school die de tongboog (tongue arch) een belangrijke rol toebedeelt, zelfs een school die zegt dat compressie wordt gemaakt tussen bovenlip en tong (Callet), maar ik denk dat iedereen het over eens is dat de keel open moet zijn (vaak is dit trouwens niet eens de keel, maar de tong die te ver naar achteren wordt getrokken), en de kiezen van elkaar (bij hoog zowel als laag spel). Compressie dmv variatie van de onderkaakstand is eerder een gevolg van een slechte ademtechniek of embouchure dan een techniek op zich. Je compenseert dan ahw. het gebrek aan compressie met het kleiner maken van de mondholte dmv. de onderkaak. Dit resulteert vaak in een teruggetrokken tong, klein geluid en veel speelproblemen. uiteraard zullen er ook best wel weer mensen zijn die hier fantastisch mee kunnen spelen, haha.
Bert