Ik speel (voornamelijk) eerste trompet in een vaandelafdeling harmonie en ik heb het idee dat dat vaak de makkelijkste trompetpartij is, aangenomen dat je de hoogte kan hebben. Ik schrik wel eens van de stukjes die de derde/vierde trompet toebedeeld krijgen: meestal niet erg te hoog, maar wat voor vingertechniekkapriolen je daar soms moet uithalen in het laagste octaaf.....
Meestal is in de HAFABRA toch de eerste de beste trompettist, en dan de tweede, er zo verder, maar daar wordt bij het schrijven qua techniek niet altijd rekening mee gehouden, blijkbaar. (Misschien hebben sommige componisten hoofdzakelijk proforkesten voor ogen/oren)
Uithouding en hoogte worden in mijn bigband meer op de proef gesteld, alhoewel ik bij de harmonie de eerste g3 nu ook voorbij heb zien komen (in Riverdance, ze stonden wel tussen haakjes, maar toch)

Ik denk dat je gelijk hebt. Afgezien van de hoogte, speel je vaak meestal het meest in het oor liggende deuntje, met heel vaak alleen maar ventiel 1 en 2. Bij trompet 2,3 (4) is het vaak met de 3de ventiel erbij kloten. Er zijn natuurlijk genoeg uitzonderinger. Ik speel trouwens ook in een vaandelafdeling orkest (alleen fanfare, en bij ons heet het superieure afdeling, maar het komt op hetzelfde neer)