Toch blijf ik het vreemd vinden dat Jacobs de tong, als enige van de trompetspelfactoren van je lichaam, ná de fysieke eigenschappen van het stuk metaal plaatst. Volgens mij schept je lichaam (en wat je daar in je mentale sturing mee doet) de voorwaarden voor het spelen op dat stukkie metaal. En bijv. het probleem van teveel of te weinig spanning in de tong wordt m.i. niet opgeheven door een ander instrument te nemen.
Ik ben nu in het tweede deel van het boek beland, dat met de lesverslagen. Dat is helemaal genieten (vind ik). Ik geef zelf geen les

maar volgens mij is dat tweede deel van het boek heel goed spul voor trompetdocenten. Het maakt heel duidelijk hoe subtiel en individueel een goede leraar is. Maar dat terzijde, wat ik eigenlijk wil zeggen is dat ik geregeld in die lesverslagen lees dat hij wél aandacht aan de tong geeft. Want, zegt-ie, uiteindelijk zijn er 2 bepalende factoren voor het laten klinken van de toon, nl. de adem/luchtstroom en de als een snaar trillende lippen. In dat opzicht is de tong wel degelijk van belang, want-ie kan grote invloed hebben op de luchtstroom en dus blijkbaar -in individuele gevallen- belangrijk zijn om aandacht aan te geven! Niet iedereen kan vanuit een mentale benadering ("gewoon muziek maken") zijn fysieke spelproblemen oplossen. Daarbij heb je vaak een coach / docent nodig die is ingewerkt in die fysieke aspecten (daarvan is Jacobs dan weer een bewijs, want als hij één ding bestudeerd heeft is het wel het fysieke gebeuren). Dat maakt hem denk ik ook zo'n goede docent. En dus begrijp ik niet goed dat-ie de tong ná het stukje metaal plaatst.