Dat is d3.....
Het mondstuk is het meest magische aan een trompet (de rest is maar een buis met een beker aan het eind

), waarschijnlijk omdat dat het gedeelte is waar men denkt dat het gebeurt: de overgang van mens naar apparaat.
Die overgang lijkt het meest gevoelig voor verandering, en kan dus ook het meest de schuld krijgen als iets niet lukt......
Er zijn mensen die al jaren zweren bij hetzelfde mondstuk, en er zijn mensen die elke week op wat anders spelen (of nog vaker, zie Jan v.R.

) Wie heeft er gelijk?
Ook zijn maten van een mondstuk zeer subjectief en onderling lastig te vergelijken(cupvorm, backbore, etc): dit maakt mondstukkeuze ook een dankbaar onderwerp van discussie, want je komt er nooit echt uit, ook al niet omdat wat voor de eén geldt, niet voor een ander hoeft te gelden.
Bij de laatste lessen die ik gehad heb, werd veel nadruk gelegd om "op de beker te letten, en niet op het mondstuk", m.a.w. dat je je trompet (incl. mondstuk dus) en jezelf als geheel moet beschouwen, en alle aandacht richting beker (=geluid) moet richten. Dat vond ik een zeer nuttige aanwijzing, en heeft me minder materiaalafhankelijk gemaakt.