Adriaan Kragten schreef:
Ik wil nog even terugkeren naar de oorspronkelijke vraag waarom wel een B3 en een Cis4 gespeeld kan worden en niet de C4 die daar tussenin ligt. Enige tijd geleden toen het onderwerp van de super hoge tonen ook aan bod was heb ik een lijstje gegeven met de berekende afwijkingen voor de tonen vanaf de C3 tot de E4. Dit werd mij toen door sommigen van jullie niet in dank afgenomen. Toch zou dit lijstje enig licht in deze zaak kunnen geven. Uit mijn berekeningen volgt dat de B3 0,7 % te laag is, de C4 zuiver is en de Cis4 0,3 % te hoog is. Dit zijn maar kleine afwijkingen en het verklaart niet waarom een C4 niet zou wilen aanspreken.
Omdat het probleem op instrumenten van verschillend fabrikaat optreedt verwacht ik ook niet dat er ergens in de hoofdbuis een oneffenheid zit die een bepaalde frequentie blokkeert want dan zou deze oneffenheid bij alle instrumenten precies op dezelfde plaats moeten zitten of precies op een plaats moeten zitten waar bij de C4 een buik optreedt (wat natuurlijk toch niet geheel uitgesloten is omdat alle trompetten erg op elkaar lijken).
Bij mijn berekeningen heb ik echter alleen rekening gehouden met de onzuiverheid die optreedt als gevolg van de afwijking van de natuurtonen van de gelijkzwevende stemming en de gevolgen van combinatie van ventielen. Ik heb onlangs op internet een stukje gezien (dat ik zo gauw niet terug kan vinden) van een hoogleraar die beweert dat de frequentie van zeer hoge natuurtonen afwijkt van de natuurlijke reeks omdat de golf niet meer het hart van de buis volgt maar bij de beker de nijging heeft om vlak langs de beker te lopen. Voor de berekening van de frequentie van de lage tonen moet echter een theoretisch buislengte L gebruikt worden die aanzienlijk langer is dan de werkelijk buislengte en ook nog aanzienlijk langer dan de buislengte die gevonden wordt als de beker gevolgd wordt tot aan de rand. Hierdoor zou het zo kunnen zijn dat zeer hoge harmonischen de nijging hebben om te hoog te worden. Dit kan nog versterkt worden doordat men voor deze harmonischen de lippen zeer hard op elkaar moet knijpen.
De C4 is normaal de 16e harmonische. Door bovengenoemde effecten kan het zo zijn dat men een toon die klinkt als een C4 probeert te maken met gebruikmaking van de 15e harmonische maar als mijn bovenstaande redenering niet klopt misschien zelfs ook met gebruikmaking van de 17e harmonische. Ik kom zelf niet hoger dan de 10e harmonische E3 en ik kan dus niet controleren of er iets van deze redenering klopt maar degenen die wel zeer hoog kunnen blazen zouden moeten kunnen controleren of een C4 werkelijk met de 16e harmonische gespeeld wordt. Hiervoor zou je vanaf de 12e harmonische G3 tussen de C4 dus nog drie natuurtonen moeten vinden (waarvan de 13e As3 veel te hoog, de 14e Bes3 veel te laag is en de 15e B3 maar een beetje te laag is). Wanneer voor de zeer hoge tonen natuurtonen gebruikt worden die hoger of lager zijn dan de natuurtonen die je eigenlijk zou verwachten, liggen ook de afwijkingen geheel anders waardoor de ene toon veel gemakkelijker kan aanspreken dan de andere.
Wat een ongelofelijke onzin!
In het register van C4 maakt het echt geen donder meer uit met welk knopje je die speelt,
of beter, probeert te spelen, want dáár gaat het 99 van de 100 keer om.
Natuurlijk heeft iedere dorpsfanfare wel een bakkerszoon die hard in dat register kan spelen, en behalve dattie daarmee de held is bij de majorettes hebben we er verder niets aan,
tenzij hij op een goeie dag in staat blijkt te zijn ook alle noten dááronder met een goed geluid en time én met muzikaliteit én op ieder gevraagd moment, te spelen,
en laat er dáár nou maar een handjevol van rondlopen, dus tot die tijd gewoon lekker warme broodjes blijven verkopen...
Ik heb Jelle Schouten zo vaak naast me snoeiharde E3's met het 2e knopje naar beneden
of een Es3 zónder knopjes ingedrukt zien en horen spelen, de embouchure bepaalt de
toonhoogte, niet de knopjes, maar ik kan er natuurlijk ook 0,07% naastzitten hoor!